Oosterschelde


Natuur

 

Zonsondergang gezien vanaf de Oosterschelde. Op de achtergrond is de Stormvloedkering te zien.
Zonsondergang bij Oosterscheldekering
In en rond de Oosterschelde komen vele planten -en dierensoorten voor. De watertemperatuur, het zoutgehalte en de voedselaanvoer zijn zo optimaal dat er veel soorten vogels, vissen en waterplanten gedijen. Niet alleen komen er veel verschillende soorten voor, deze soorten zijn er ook in grote aantallen.

 

Vissen

Er zijn zo’n 66 vissoorten doorlopend in de Oosterschelde te vinden zijn. Schol, tong, jonge platvissen en bot komen er in grote hoeveelheden voor. Verder zijn er vijftien soorten die slechts af en toe gezien worden. Zalm, elft, steur en zeeduivel zijn hier voorbeelden van. Van een groot aantal vissoorten groeien de jongen op in de Oosterschelde. Dit zijn onder andere de tong, kabeljouw, zeebaars, schol, schar en haring. Van de volgende vissoorten worden de jongen in de Oosterschelde geboren: geep, harnasmannetje, ansjovis, zeenaalden, puitaal en zeedonderpad. 

Vogels

 

Canadese gans
Canadese gans
De Oosterschelde is een vogelrijk gebied. Op de Waddeneilanden na zijn er de meeste soorten vogels te vinden. Een viertal factoren is van invloed op de vogelstand: (1) stromend water met een hoog zoutgehalte, (2) zuiver, onvervuild water, (3) een rustige, landelijke omgeving en (4) voldoende voedsel. Voedsel is er in overmaat aanwezig. Vogels kunnen zich te goed doen aan mossels, wormen, kokkels, garnalen, visjes, zeegras, darmwier en zeesla. Door de gunstige omstandigheden is de Oosterschelde een populaire bestemming voor trekvogels. In het voor- en najaar vliegen grote groepen vogels, eenden en ganzen af en aan. Het meest bekend zijn de najaarstrek van vogels naar warmere gebieden en de voorjaarstrek naar het broedgebied. De periode waarin de trek begint, loopt per soort sterk uiteen. Leeuweriken keren al in februari terug naar hun broedgebied. De meeste trekvogels bereiken Nederland in april, maar gierzwaluwen arriveren pas begin mei. Begin augustus vertrekken de gierzwaluw, de koekoek en de wielewaal alweer. In september volgt dan de herfsttrek van veel insectenetende zangvogels. Tegen oktober wordt de climax van de herfsttrek bereikt.

 

Mossels en oesters

 

Mosselen met hun doodsvijand: zeesterren!
Mosselen en zeesterren
Deze schelpdieren zijn erg belangrijk voor de Zeeuwse vissers. De mosselboeren zijn afhankelijk van een groot aantal omstandigheden die de kweek kunnen beinvloeden. De plaatsen waar de mossels of oesters groeien moeten zorgvuldig uitgekozen worden. Ten eerste moet het water snel genoeg stromen, zodat er genoeg plankton aangevoerd wordt. Ten tweede mag het water niet te snel stromen, omdat de mossels dan overspoeld kunnen worden met zand. Ten derde moet elk perceel worden omgeven met lange takken esse- of eikehout. Ten slotte moesten de mossels tijdens het  verwateren (tot rust komen) op een harde, vlakke bodem liggen en omgeven zijn met schoon water. Ondanks de afhankelijkheid van de kwaliteit van het water en de weersinvloeden, zijn de mossel- en oesterteelt geprofessionaliseerd. Het beeld van gammele vissersbootjes is al lang verleden tijd. De meeste vissers hebben een middelgrote kotter met moderne apparatuur aan boord.

 

De weke delen worden ‘vlees’ genoemd en dit is een delicatesse. Het mosselseizoen loopt vanaf juli tot in het vroege voorjaar. Veel mossels worden geexporteerd naar Frankrijk en België, waar het een sport is geworden om als eerste de nieuwste mosselen te kunnen serveren. Natuurlijk worden er in Zeeland zelf ook veel mossels gegeten. De ultieme mosselstad is Yerseke, die bijna geheel afhankelijk is van de mosselindustrie. Mosselen bevatten minder kalorieen per 100 gram dan bijvoorbeeld vis en vlees (242 kJ (57 kcal)). Ze bevatten meer mineralen dan vlees (100 mg calcium, 250 mg fosfor, 6 mg ijzer, 300 mg natrium, 300 mg kalium) en ongeveer evenveel vitamines (vnl. B-complex en 2 mg vit. C). Helaas zijn veel mensen overgevoelig voor de consumptie van mosselen.

Overige dieren

Expres werd bij de bouw van de Oosterscheldekering gebruik gemaakt van verschillende soorten steen. Zeeannemonen, sponzen, manteldieren en brokkelsterren (Ophiothrix fragilis) hebben namelijk ieder hun favoriete steensoort. Wieren komen er ook in alle hoedanigheden voor. Er leven 42 soorten roodwieren, 34 soorten bruinwieren, 30 soorten blauwwieren en 38 soorten groenwieren in de Oosterschelde. Andere bijzondere soorten die in relatief grote getalen gevonden kunnen worden, zijn slakken, borstelwormen, zeepokken, zeesterren, kwallen, krabben en garnalen. Inktvissen komen speciaal van de Engelse zuidkust naar de Oosterschelde om te paren. Zeehonden komen helaas nauwelijks meer voor. Hoewel het met het milieu de goede kant op gaat, willen voornamelijk de watersporters de rust van de dieren nogal eens verstoren.